j

Lorem ipsum dolor amet, consect adipiscing elit, diam nonummy.

Living Sculptures

Interview met Eveline Beuman: Living Sculptures 25 jaar!

Living Sculptures van Eveline Beuman bestaat 20 jaar, het eerste bedrijf voor levende standbeelden in Europa. Ze creëert levende standbeelden acts die geboekt kunnen worden op evenementen, festivals en andere gelegenheden. Vanuit verstilling komen de beelden tot leven en gaan een avontuur aan met het publiek. Eveline beschikt over een breed netwerk van acteurs die haar acts met passie spelen. Maar hoe begin je zoiets?

Je bedrijf Living Sculptures heeft inmiddels meer dan 100 beelden en je acts wonnen vele prijzen. Maar de bron van je beelden lag veel eerder. Hoe ben je hiermee begonnen? LS-25-jaar-geleden-eerste-optredden-als-De-Zilvertjes
Mijn eerste keer als levend standbeeld was in het Valkhofpark in Nijmegen tijdens de Vierdaagsefeesten in 1994. Samen met een vriendin wilde ik iets doen, en dus bedachten we de act ‘Zilvertjes’. We haalden zilveren stof van de V&D, nep-klimop bij de Xenos en zetten een bordje neer met “Gooit hierin Uwe florijn, dan zullen wij andere beelden zijn”. Het was geen echte act, maar we hadden heel veel bekijks. Wat me daarvan is bijgebleven was het bijzondere contact dat ontstond met het publiek. Tijdens dat eerste optreden leek er iets áán te gaan in mij.

Je wordt gezien als de pionier van levende standbeelden in Nederland. Waarom is jouw bedrijf zo uniek?
Er bestonden al wel levende standbeelden, ik had wel eens een foto gezien van de Ramblas in Barcelona maar in Nederland was dit nog niet zo bekend. Ik heb het concept verder ontwikkeld en was de eerste die dit kon omzetten in een goedlopend bedrijf. Ik ben de kostuums een structuur gaan geven zoals bijvoorbeeld een echt bronzen beeld dat ook heeft, daar heb ik me in gespecialiseerd. Tevens liet ik andere spelers tegelijkertijd met mij in mijn kostuums spelen. Zo kon ik kleine statuefestivals organiseren. Daarmee stond ik ook aan de wieg van het World Living Statues festival in Arnhem.

Als kunstenares creëer je de beelden maar je staat ook zelf op de sokkel. Je maakt én speelt. Wat doe je liever?
Beide! Ik kan zowel het creatieve proces als het spelen niet missen, het is voor mij onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ik houd van het ontwerpen van nieuwe vormen (kostuums), het versieren van het lichaam, met de huid als canvas. Het optreden geeft het kostuum betekenis: het contact met het publiek, de intimiteit van de gedeelde emotie tijdens oogcontact en dan die vreselijk belangrijke timing van humor: ik vind het te gek om hier mee te blijven stoeien. Ik haal daar zoveel voldoening uit!

Waarom levende standbeelden?
Wat mij fascineert aan levende beelden is het contrast: het beeld, het ‘plaatje’ is onmenselijk, abstract haast, je ziet namelijk een brons maar het spel en de interactie des te menselijker: de herkenning in iemands ogen, de emotie die je oproept. Die synergie is voor mij de essentie. Het publiek geeft je eigenlijk altijd energie, al zijn dat soms alleen maar fluitende vogeltjes in een stil parkje. Het blijft een wisselwerking tussen jou en je omgeving, tussen binnen en buiten. Heel heilzaam!

Daar sta je dan. Op je sokkel. Met schmink en een kostuum. En dan? Word je nooit lastiggevallen als standbeeld?
Ik heb van alles meegemaakt: van een jongen die met zijn brommer tegen mijn sokkel aanreed tot een man die zijn kunstgebit in mijn gezicht stond te zwaaien. Ik ben niet bang voor gezeik. Als standbeeld moet je ‘ja’ zeggen tegen iedere situatie die er op je af komt en vanuit je rol reageren. Mensen onvoorwaardelijk kansen geven, al lijkt het kansloos. Het mooiste is als mensen die eerst cynisch zijn uiteindelijk hun masker van negativiteit vergeten en met een glimlach verder gaan.

Wat is je mooiste klus geweest in 20 jaar Living Sculptures?
Ik heb voor de keizer van Japan gespeeld, in Qatar gestaan, China.. Voor de voormalige koningin mogen spelen, koning Willem-Alexander en Maxima een handje gegeven… Toch zijn dát toch niet de mooiste momenten, hoe gaaf het ook klinkt. De mooiste klus is waarbij het publiek iets onverwachts laat zien wat ik niet zie aankomen. Waarbij je écht een uitwisseling met iemand had.

Een van mijn eerste beelden was Mevrouw de Vries, een lieve oudere dame op een bankje. Op een dag was ik aan het spelen op een groot plein en kwam er een vrouw naar mij toe die mij spontaan een knuffel gaf. Ik omhelsde haar terug. Minutenlang stonden we daar zo en waren we beiden tot tranen toe geroerd. Waarom wisten we niet! We hebben elkaar bedankt daarna. In het normale leven zou je niet zomaar een intense knuffel geven aan een wildvreemde. Als levend standbeeld zijn de spelregels blijkbaar anders, dan kan dat gewoon wél. Dat maakt dit werk voor mij zo bijzonder.

Wat moet jij allemaal doen om Living Sculptures draaiende te houden?
Mijn baan is gelukkig zeer veelzijdig. Ik start mijn dag vaak met de emails: zijn er aanvragen, wat willen wie weten? Dan moet ik personeel gaan inplannen: wie gaat welke acts spelen en wanneer en waar? Niet iedereen is geschikt voor de rol van Roodkapje bijvoorbeeld. Om de klussen heen is er de bus inpakken, sokkels verslepen, schmink sorteren en sponsjes wassen. Het is veel logistiek werk, ordening, planning en organisatie. En natuurlijk treed ik zelf ook regelmatig op of begeleid ik klussen met meerdere beelden.

Het echte werk is voor mij op het atelier met de handen aan de kostuums. Jaarlijks heb ik gemiddeld 5 nieuwe acts gemaakt. Mensen vragen vaak waar mijn beelden van gemaakt zijn. Hoe kan het dat het zo levensecht eruit ziet als steen of brons? Elk beeld is eigenlijk een nieuwe uitvinding, er is niet één recept. Ik ben altijd aan het experimenteren met materialen en texturen. Ik heb nog veel potentiële projectjes in mijn atelier liggen.

En hoe zie je de komende 20 jaar?
Ik doe dit werk op 21 juli 2018 al 24 jaar maar doordat het zoveel boeiende asprecten heeft ben ik er nog lang niet klaar mee. Gelukkig kan ik het altijd blijven doen: nieuwe spelers opleiden, nieuwe acts maken, anderen regisseren en zelf spelen natuurlijk, als oud vrouwtje dan! Maar zover is nog niet. Vijftig is nog niet écht oud, toch?